Technische Commissie

Schietsportvereniging De Vrijheid Leiderdorp beschikt over een Technische Commissie (TC). Hieronder kunt u lezen wat deze TC doet.

Reglement en Richtlijnen Technische Commissie
Vastgesteld 1 juli 1998
Gewijzigd: 30 juli 2001.

Algemeen
1. De TC wordt ingesteld door het Bestuur conform artikel 16 van het Huishoudelijk Reglement.
2. Leden van de TC worden, op voordracht van TC of Bestuur, door het Bestuur benoemd voor een periode van één jaar.
3. Van TC-leden wordt een meer dan elementaire kennis verwacht van: De Wet Wapens en Munitie; KNSA, ISSF en MLAJC Schiet- en Wedstrijdreglementen; Wapenleer;
4. Het Bestuur stelt zo nodig de middelen beschikbaar voor het verwerven en/of vergroten van die kennis.
5. De benoeming van de TC- leden wordt op de Algemene Ledenvergadering (ALV) bekend gemaakt.
6. Er is één TC. Binnen de TC kunnen leden daarvan zich specialiseren in één of meerdere takken van de schietsport (disciplines).
7. Het Bestuur kiest uit het midden van de TC leden een voorzitter voor de TC. De TC voorzitter wordt namelijk tevens bestuurslid.
8. De taak van de TC is het daadwerkelijk mogelijk maken van een veilige schietsportbeoefening, het begeleiden van de schutters en het verhogen van de schietvaardigheid.

Reglement Werkzaamheden TC
1. Er kan geschoten worden op de door het Bestuur vastgestelde dagen en tijden, welke jaarlijks worden vermeld in het verenigingsorgaan.
2. De TC controleert vóór aanvang van de schietoefening of:

  • De verlichting functioneert;
  • De schietpunten bruikbaar zijn;
  • De afzuiging c. q. de verwarming functioneren;
  • De videocamera’s naar behoren functioneren.

3. Geconstateerde gebreken, die niet direct verholpen kunnen worden, dienen te worden genoteerd in het TC- register.
4. Het dienstdoende bestuurslid (verlofhouder) stelt de verenigingswapens ter hand van de TC voor de duur van de schietoefening.
5. De TC kan een wapen pas aan een verenigingslid afgeven nadat:

  • Lidmaatschapsbewijs en schietregister zijn gecontroleerd en ingenomen;
  • Gecontroleerd is of het lid bekwaam is het gewenste wapen te gebruiken;
  • Gecontroleerd is of het lid in het bezit is van de juiste verenigingsmunitie.

6. De TC ziet er op toe dat de gebruikte schietborden worden ingeleverd en afgeplakt.
7. De TC neemt het afgegeven wapen weer in en controleert of het ongeladen is.
8. Hierna kan de schietbeurt worden geregistreerd en worden lidmaatschapsbewijs en schietregister teruggegeven.
9. De TC zorgt er voor dat na afloop van de schietoefening de ter hand gestelde wapens weer worden overgedragen aan het dienstdoende bestuurslid.
10. De TC zorgt er na afloop van de schietoefening voor dat:

  • De schietpunten zijn opgeruimd en uitgeschakeld;
  • Afzuiging c.q. verwarming en videocamera’s zijn uitgeschakeld;
  • De baanverlichting niet meer brandt.

11. Nadat de TC- ruimte is opgeruimd, meldt de TC zich af bij het dienstdoende bestuurslid.

Richtlijn Veiligheid en Begeleiding
1. De TC ziet er op toe dat de schutters het Veiligheids Reglement strikt naleven.
2. Bij de balie van de TC mag geen enkel vuistvuurwapen door schutters worden gemanipuleerd. In de gang tussen balie en schietpunten mag, na toestemming van de TC, een wapen op deskundige wijze bekeken en behandeld worden.
3. Een verenigingspistool moet met open slede, zonder magazijn en met de uitwerpopening naar boven, in het bijbehorende kistje vervoerd worden. Een verenigingsrevolver wordt ook in het bijbehorende kistje vervoerd en daarbij moet de (lege) cilinder zijn uitgezwenkt c.q. de laadpoort geopend zijn. Een schouderwapen dient verticaal, met open grendel c.q. afsluiter en zonder magazijn te worden vervoerd.
4. Het indelen van de banen wordt door de TC gedaan, nadat is vastgesteld dat de betreffende schutter in het bezit is van een lidmaatschapskaart en een geldig schietregister. De schutter gaat naar het toegewezen schietpunt; mocht dit per abuis reeds bezet zijn dan kiest de schutter niet zelf een vrij schietpunt, maar meldt dit aan de TC, waarna een en ander gecorrigeerd kan worden.
5. Introducés mogen nimmer gebruik maken van de accommodatie; zij mogen deze slechts betreden onder begeleiding van een TC– of bestuurslid. Voor introducés, die een geldig KNSA licentie hebben is toch een uitzondering gemaakt. Zij mogen n.m.m. maximaal 3 keer gebruik maken, na toestemming van dienstdoend bestuurslid. In principe wordt een schietpunt slechts door één persoon gebruikt. Slechts na toestemming van de TC kan voor instructiedoeleinden een tweede persoon op het schietpunt aanwezig zijn. Ook dan moet worden gelet op zo min mogelijk hinder van medeschutters door gesprek of gedrag.
6. Er mag uitsluitend op door de KNSA of NPSA erkende schijven worden geschoten. Slechts in bijzondere gevallen kan het Bestuur toestemming geven om gebruik te maken van afwijkende doelen, zoals bowlingpins, kleiduiven o.i.d. Schijven of doelen met dierfiguren zijn alleen toegestaan als de te beoefenen discipline gebaseerd is op een dierfiguur, zoals silhouet- pistool. Schijven of doelen met mensfiguren zijn altijd verboden.
7. Het verschieten van bijzondere munitie, zoals pantserdoorborende, brandstichtende, lichtspoor, signaal, gasverspreidende en van hagel is niet toegestaan.
8. Door schutters, die met een verenigingswapen schieten, moet bij een wapenstoring de TC gewaarschuwd worden. Het wapen mag onder geen beding mee naar de TC genomen worden, maar blijft op het schietpunt met de loop richting kogelvanger. De TC zal de nodige maatregelen treffen om de storing op te heffen. Ook schutters, die met een eigen wapen een storing krijgen en niet in staat zijn deze veilig te verhelpen, dienen de TC te waarschuwen.
9. Een “STOP STOP STOP, Wapens Ontladen” wordt alleen door een TC- of Bestuurslid gegeven. Wanneer het noodzakelijk is “STOP STOP STOP” te geven, bijvoorbeeld als een bord of schietschijf halverwege de baan is gevallen, dan moet dit aan de TC worden gevraagd, bijvoorbeeld door de alarmknop te bedienen. Vóór het commando “STOP STOP STOP” wordt eerst de signaal(knipper)lamp ingeschakeld. Na het commando worden alle wapens op het betreffende baangedeelte ontladen en met de loop in een veilige richting op het schietpunt achtergelaten. De schutters doen dan allen enige stappen naar achteren, waarna de baancommandant (TC) de wapens controleert. Bij voorkeur blijft de baancommandant achter de schietpunten, terwijl een ander TC- lid of een schutter tracht het probleem te verhelpen; als de baancommandant dit zelf moet doen, zal hij een schutter moeten aanwijzen, die er op toeziet dat de wapens niet worden aangeraakt, zolang de signaallamp brandt. Na het verhelpen van het mankement wordt de signaallamp uitgedaan en volgt het commando: “er kan weer geschoten worden”.
10. Een schutter mag niet voor de schietpunt- begrenzing komen om bijvoorbeeld hulzen op te rapen; als deze niet met behulp van een bezem zijn “binnen te halen”, zal moeten worden gewacht op het einde van de schietoefening. Het willen oprapen van
huizen mag geen reden zijn om “STOP STOP STOP” te vragen. Let op, oude hulzen zijn een bron van inkomsten voor de vereniging.
11. Het is niet toegestaan de richtmiddelen van een verenigingswapen te verstellen.
12. Na het schieten dient de schutter het schietpunt op te ruimen en zich bij de TC af te melden; het verstrekte schietbord moet afgeplakt worden ingeleverd.